Groep 3

Leuke spelletjes om thuis te doen:

  1. Schrijf de letters (in kleine blokletters) op papiertjes. Let wel op dat u enkel de letters van de kernen gebruikt die uw kind gehad heeft. Maak er samen woorden van. Schrijf die woorden op (of nog beter: typ ze uit op de computer). Laat uw kind de woorden voorlezen. 
  2. Lees de woorden die u met uw kind gemaakt hebt op allerlei verschillende manieren voor: als een oude opa/oma, als een baby, als een operazanger(es), als een soldaat, enz.
  3. Kopieer een bladzijde uit een leesboek wat u zelf leest of heeft gelezen. Kan het kind de letters van de kern vinden?
  4. Kies een letter uit de tabel hieronder. Maak samen woorden met die letter. Om het moeilijker te maken kunt u een tijdslimiet stellen. 
  5. Zoek in uw omgeving met uw kind naar de letters van de kern die uw kind al gehad heeft. Maak foto's van de letter en maak er op de computer een collage van.  
  6. Zeg een woord dat op de bladzijde van het leesboekje van uw kind te vinden is. Kan uw kind het woord aanwijzen? 

  7. Pak een woord uit het leesboekje van uw kind. Schrijf de letters van het woord op losse kaartjes. Vraag wat er gebeurt wanneer u een letter verandert (bijv in "beer" wordt de "ee" een "oo"). 

  8. Om vlotheid te oefenen: Laat uw kind een bladzijde voorlezen terwijl u hiervan met uw telefoon een geluidsopname maakt. Tel voor het lezen af van 1 tm 3. Laat uw kind de bladzijde nog eens gelijktijdig met de opname lezen. Wanneer uw kind begonnen is dan zet u het geluid uit. Is uw kind klaar, dan schakelt u het geluid weer in. Is de opname nog bezig? Dan was uw kind sneller dan zichzelf. 
  9. Om correctheid te oefenen: laat uw kind het verhaal zo langzaam als een slak voorlezen. Laat uw kind de letters/woorden die het leest met de vinger (of met een voorwerp) aanwijzen. Hierdoor wordt de focus bevorderd.  

 

Kern Letters die centraal staan
1 m, r, v, i, s, aa, p, e,
2 t, ee, n, b, oo
3 d, oe, k, ij, z
4 h, w, o, a, u
5 eu, j, ie, l, ou, uu
6 g, ui, au, f, ei
7 sch, hoofdletters, ng, eind-d of -b, 2 medeklinkers voor- of achteraan.
8 nk, ch, medeklinker op het eind (bijv "ja"), 2 medeklinkers voor- en achteraan, verkleinwoorden
9 3 medeklinkers voor- of achteraan, 2 gesloten lettergrepen (bijv "jassen"), voorvoegsel be-/ge-/ver-
10 eeuw/ieuw/uw, open lettergrepen (bijv "jager")
11 achtervoegsel -lijk/-ig/-ing
12 3 lettergrepen, 3-lettergrepige verkleinwoorden

Leuke sites om mee te oefenen: