Erbij en eraf tm 100

Sprongen van 10 verder en terug.

Leuke spelletjes om thuis te spelen:

  • Spreek af welke kant van een munt 10 verder is en welke kant 10 terug. Gooi met de munt kop of munt. Zeg een getal tm 89. Het kind zegt welk getal 10 verder of 10 terug is. Heeft hij/zij het goed? Dan krijgt het een blokje/pepernoot/pionnetje of wat dan ook. Heeft het kind 10 voorwerpen? Dan heeft het gewonnen (en mag het de pepernoten opeten of krijgt het een groot compliment).  
  • Zeg een getal tot 10. Stap met het kind van tegel naar tegel zonder de randjes aan te raken. Bij iedere sprong zeggen jullie een stap van 10 verder. Eenmaal nabij de 100 doe je hetzelfde, maar nu stap je terug uit. Je zegt steeds het getal dat 10 minder is.  
  • Het kind zegt een getal tussen 10 en 100. Jij zegt een tiental (bijv. 30, 50, 80) en vooruit of achteruit. Let op dat de einduitkomst niet boven 100 of onder 0 uitkomt! Het kind telt verder of terug met sprongen van 10 (bijv. kind zegt "48" dan zeg jij "30 vooruit". Het kind telt dan hardop: 48 – 58 – 68 – 78). Als het kind het goed doet krijgt het een voorwerp. Als het 10 voorwerpen heeft dan heeft het gewonnen.  

Leuke sites om te oefenen:

Aanvullen tot het volgende tiental

Leuke spelletjes om thuis te spelen:

  • Zeg een getal onder 100 dat geen tiental is. Het kind zegt het eerstvolgende tiental zo snel mogelijk. Is het goed? Dan verdient uw kind 1 punt. Kijk hoe vaak het is gelukt en noteer dat ergens. Speel een tijd later het spel nog eens. Haalt uw kind nu meer punten dan eerst? Wanneer uw kind in 10 beurten steeds 10 punten scoort, dan kunt u beter het volgende spel doen. 
  • U zegt weer een getal onder 100 dat geen tiental is. Het kind zegt wat de eenheden zijn in het getal. Vervolgens noemt het "het vriendje van 10". Bijvoorbeeld: 52 -> 2 is de eenheid en 8 is het "vriendje van 10". Wanneer uw kind dit goed kan dan kunt u het volgende spel doen. Nu mag uw kind een getal noemen en noemt u het "vriendje van 10". Maak af en toe bewust een fout en vraag het kind steeds of u het goed hebt gedaan. 

Getallen op de lege getallenlijn plaatsen.

Leuke spelletjes om thuis te spelen:

  • Maak getalkaartjes van 1 tm 100. Hang een waslijntje van ongeveer 1 meter op (of maak gebruik van een waslijntje dat al ergens hangt). Hang 0 aan de ene kant, en 100 aan de andere kant. Welke kaartje moet nu in het midden worden gehangen? En in het midden van het midden? Kan uw kind nu ook andere getallen ophangen?
  • Zie het eerste bolletje, maar nu hangt u aan het begin het getal 20, 40 of 60 neer. 

Leuke sites om te oefenen: