Oefenvormen

  • Schrijf de woorden van het woordpakket over op woordkaartjes. Hier kun je verschillende spelletjes mee doen. 
  • Pak een kaartje van het woordpakket. Kijk goed naar het woord. Draai het woord om. Schrijf het woord op. Controleer of je het woord goed hebt geschreven. Had je het goed? Doe het woord dan in het bakje. Had je het fout? Leg het weer onder op de stapel en probeer het nog eens. 
  • Als je een woord erg lastig vindt dan kun je het "bouwen". Je schrijft eerst de eerste letter op. Daaronder de eerste twee letters. Daarna de eerste drie letters. Ga zo door tot je het hele woord op hebt geschreven. 
  • Pak een kaartje van het woordpakket. Lees het woord en bedenk een zin met het woord. Schrijf de zin op. 
  • Pak 5 kaartjes van het woordpakket. Bedenk een kort verhaaltje waarin je deze woorden gebruikt. 
  • Speel galgje met de woorden van het woordpakket.